Wat waren de modetrends van 1950 tot 1959?
De mode tussen 1950 en 1959 is interessant te noemen. De Tweede Wereldoorlog was toentertijd net een paar jaar klaar, waardoor de economie hard bezig was met het maken van een comeback. Tijden de WO II was de mode simpel en vooral functioneel; door schaarste in materialen en stoffen lag de noodzaak uiteraard ergens anders. Dat veranderde aan het begin van de jaren 50 waarin men het plezier van mode weer in ging zien. In dit artikel lees je alles over deze glow up tussen 1950 en 1959.
Jaren in teken van wederopbouw
Het is misschien lastig voor te stellen voor ons, maar probeer je eens te verplaatsen in mensen die jarenlang hebben moeten leven van het minimale. Dat gebeurde tijdens de WO II die tussen 1939 en 1945 in Europa aan de gang was. De prachtige jurken en pakken uit de jaren 20 en 30 werden ingeruild voor sobere basics die vooral als doel hadden om je warm te houden en om überhaupt iets van kleding aan te hebben. Aan het begin van de jaren 50 was dit nog duidelijk zichtbaar: simpele jurken, basic broeken met overhemden en vooral: weinig prints en weinig kleuren.
In de tweede helft van 1950 is goed te zien dat er (weer) veel meer toegang was tot diverser materiaal en stoffen. Hoewel er nog steeds niet maximaal gebruik werd gemaakt van lappen stof werd kleding wel opgeleukt met verfijnde details en leuke prints. Die typische polkadotprint die we bijvoorbeeld kennen 'van vroeger' kent de oorsprong in de jaren 50! De stoffen die in die tijd werden gebruikt waren voornamelijk synthetisch; dit waren goedkope stoffen die makkelijk te bewerken waren, wat precies past in een tijd van wederopbouw.
Wat droegen vrouwen in 1950 tot 1959?
Die polkadotprint zagen we vooral terug in dameskleding en dan het liefst op jurkjes met een wespentaille en een wijd uitlopende rok. Hét model uit deze jaren is het A-lijn model. Dit model zagen we niet alleen in jurken en rokken, maar ook in de meest kleurrijke damesjassen. Hierbij werd vrijwel altijd een ceintuur gedragen om de mooie taille nog beter te kunnen accentueren. Deze kledingstukken kwamen veelal in mooie pastelkleuren, zoals roze, geel en blauw. Met een matchende kleur haarband zat je helemaal goed als vrouw in die tijd.
Naast polkadot zagen we veel bloemetjesprints op jurken, rokken en blouses. Ook hierbij stonden pastelkleuren centraal. Wat opvallend is, is dat de jurken en blouses een hoge kraag hadden; de nadruk lag (nog niet) echt op de boezem, maar voornamelijk op de taille. Onder die midi-rok of jurk droegen vrouwen pumps, ballerina's, sleehakken of sandalen. Soms zelfs met een wit of pastelkleurig sokje erin! Natuurlijk mocht een mooie cateye zonnebril niet ontbreken om de look compleet te maken.
Wat droegen mannen in 1950 tot 1959?
In de herenmode bleef het in de jaren 50 nog redelijk rustig: de fashion was vrijwel gelijk aan de mode tijdens de Tweede Wereldoorlog. Utility wear stond dus nog steeds centraal: mannen droegen of een compleet driedelig pak of gingen voor een combinatie, zolang het geheel maar netjes was. Het was pas tot de helft van de jaren 50 dat er iets meer informele kleding in de mannenmode te zien was. Ze kozen er bijvoorbeeld steeds vaker voor om een net jasje te combineren met een lichte pantalon of om voor een herenjas of broek te gaan met een ruitjesprint. Dat was al heel wat voor die tijd.
Toch was er al gauw een andere invloed zichtbaar: die van de Amerikaanse geallieerden. Zij namen een totaal nieuwe cultuur mee; die van die zogeheten greasers. Die stijl herken je misschien wel uit de film Grease; een blauwe spijkerbroek, een leren jack en een dikke vetkuif. Dat is een totaal andere stijl dan de stijl van de preppies, de oorspronkelijke mannenmode met nette kapsels, pantalons en een jasje. Deze twee trends bleven een hele tijd langs elkaar heen leven wat een bijzonder opvallend verschil moet zijn geweest.

